Same same but different
Tokyo is hetzelfde, maar toch anders. Of zou het aan mij liggen? Na bijna een week hier is het al bijna weer gewoon om hier te zijn, over de Aoyama-dori te lopen, met iemand af te spreken bij het Hachiko-beeldje op Shibuya square. Een tocht terug in de tijd. Nog steeds zijn de toiletbrillen verwarmd, hebben de meisjes trossen poppetjes en belletjes aan hun mobiele telefoons hangen, en lopen ze op onmogelijke schoentjes. De ‘ hello kitty’ - winkel in Shibuya zit nog op dezelfde plek, evenals de Sakuraya, waar ik vaak foto’s liet ontwikkelen.
De eerste dagen was ik helemaal van de kaart. Na een tocht van drie vluchten, meer dan twintig vlieguren en vier vliegtuigmaaltijden - de laatste versierd met wortelschijfjes in bloemvorm; toen wist ik dat we al bijna in Japan moesten zijn - werd ik op Narita opgewacht door mijn tante Etsuko. Ik heb drie dagen genoten van haar gastvrijheid en die van haar zus en zwager. Ze wonen in een rustige buurt in het noorden van Tokyo. Ik sliep in het benedenappartement op een futon in een tatami-kamer. Heel sfeervol. De eerste avond namen ze me mee uit eten naar een tofu-restaurant. Heel traditioneel Japans: schoenen uit bij de ingang, aparte eetkamertjes per groepje gasten, kruipingang en tatamimatten, en uiteraard heel beleefd personeel dat zeer veel boog. De kamer bevatte overigens naast alle traditionele elementen ook talloze technische snufjes, zoals een huistelefoon, afstelbare airco, persoonlijke muziekkeuze. Helemaal Japan dus! En dit zette zich voort tot op het toilet, waar ik - met toiletsloffen geschoeid - een batterij knoppen aantrof waar de cockpit van een boeing 747 bij verbleekt, en waar ik tien minuten heb staan twijfelen welke nu ook alweer voor doorspoelen was. Uiteindelijk herkende ik de karakters voor ‘groot’ en ‘ klein’, welke bleken te slaan op de grote en kleine spoeling. Aldus was ik gered.
Afscheid
‘Het is beter een mijl te reizen dan duizend boeken te lezen’, zegt Confucius, de Chinees met de Latijnse naam. Op 10 mei ga ik dit wijze advies ter harte nemen en scheep ik in naar Japan. Om het zekere voor het onzekere te nemen ‘je weet immers maar nooit’ ga ik daar dan duizend boeken lezen. Want van 16 mei tot 24 juni neem ik deel aan een masterclass getiteld ‘armed conflict and peacekeeping’. Ofwel: geschiedenis en toekomst van internationale vredesinterventies in gewapende burgerconflicten. Deze cursus wordt gegeven op mijn oude stageadres, de universiteit van de Verenigde Naties, in hartje Tokyo.